financiele-geletterdheid-bij-jongeren.jpg

mei 2021

Financiële geletterdheid bij jongeren: hoe slim gaan ze om met geld?

Inflatie? Rente? Valuta? Voor een deel van de Belgische jongeren klinken die termen nog steeds als Chinees in de oren. “Maar er is beterschap op komst”, glimlacht prof. dr. Kristof De Witte. Een goed gesprek over financiële geletterdheid en de jeugd van tegenwoordig.

Hoe scoren jongeren vandaag op vlak van financiële geletterdheid?

“Financiële geletterdheid is meer dan enkel begrijpen wat een overschrijving is of welke landen in de eurozone zitten”, vertelt Kristof De Witte, hoogleraar en onderzoeker aan de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de KU Leuven. “Naast kennis tellen ook vaardigheden mee, zoals rente kunnen berekenen of in staat zijn om beredeneerd te sparen. Tot slot vormen ook attitudes een pijler van financiële geletterdheid. Daarmee bedoelen we bijvoorbeeld hoe je (niet) reageert op een e-mail waarin je gevraagd wordt je pincodes door te geven. Financiële geletterdheid is dus de combinatie van financiële kennis, vaardigheden én attitudes.”

“Vooral in Vlaanderen is er de jongste jaren veel onderzoek gebeurd naar financiële geletterdheid bij jongeren. Maar je mag aannemen dat die resultaten representatief zijn voor heel België”, vervolgt hij. “Vergelijken we de resultaten met andere landen, dan zijn die best wel puik. Een kwart van onze jongeren kan zelfs complexere financiële vraagstukken aan, zoals het berekenen van samengestelde interesten. Dé grote uitdaging situeert zich echter bij een minderheid (12%), die geen basis of nauwelijks een basis in financiële geletterdheid heeft. Deze groep herkent bijvoorbeeld een factuur niet en begrijpt niet waarom het goed is om een spaarreserve te hebben.”

Wat is de verklaring voor die extremen?

“Die ligt voor een deel in slechtere lees- en rekenvaardigheden bij de leerlingen met een beperkte financiële ruggengraat. Maar de belangrijkste verklaring blijkt de sociaal-economische achtergrond en de thuissituatie van de jongere. Kinderen die opgroeien in een omgeving waar er over geld wordt gesproken, die prijzen leren vergelijken in de supermarkt, die zakgeld (en verantwoordelijkheid) krijgen, … blijken veel beter financieel onderlegd te zijn”, vertelt prof. dr. Kristof De Witte, die al heel wat onderzoek verrichte binnen de Wikifin-Leerstoel Financiële Geletterdheid. “Kinderen die opgroeien in een omgeving waar de ouders nauwelijks over financiële competenties beschikken, blijken ook de basis te ontbreken.”

Die vroege leerschool is cruciaal voor latere leeftijd, als je financiële keuzes moet maken die een impact hebben op de rest van je leven. Mensen met een beperkte financiële educatie scoren slechter in vermogensopbouw, pensioenplanning, risicospreiding, schuldbeheer, enzovoort.

Het komt er dus op aan om vooral de ouders te betrekken?

“Organisaties zoals Wikifin en Febelfin en ook heel wat banken leveren vandaag al mooie inspanningen op vlak van financiële educatie. Zowel voor volwassenen als voor jongeren. Maar dit zijn natuurlijk vrijblijvende initiatieven en geen ‘verplichte opleidingen’. Vandaar de nood om financiële educatie op school in te bedden”, vervolgt hij.

Sinds september 2019 zijn financiële competenties opgenomen in de eindtermen in het Vlaams onderwijs. Dat betekent dat jongeren nu vanaf het eerste middelbaar tot en met het zesde middelbaar financiële educatie op school krijgen; zowel voor BSO, TSO als ASO. “Het feit dat jongeren op die manier de basis meekrijgen, is lovenswaardig. En zal er dus ook voor zorgen dat ze beter financieel onderlegd worden”, vertelt prof. dr. Kristof De Witte. “In Wallonië is financiële educatie geen volwaardig leerdoel op zich, maar zit het verpakt in de competenties ‘burgerschap’ en ‘duurzaamheid’.”

Organisaties zoals Wikifin verrichten daarnaast ook onderzoek rond hoe ze ouders meer kunnen betrekken bij de financiële educatie van hun kinderen. “Zo deden we in 2019 een proefproject bij duizenden gezinnen waarbij de jongere en de ouder(s) samen ‘huiswerk’ kregen. Een van de opdrachten was bijvoorbeeld om samen een gezinsbudget te bespreken. De resultaten waren heel positief, zowel bij kinderen als ouders. Op zo’n manier proberen we het thema ‘geld’ bespreekbaar te maken.”

Wat kan je concreet zelf als ouder doen?

“Er zijn verschillende manieren om kinderen en jongeren te ondersteunen. Zakgeld kan een manier zijn omdat het leergeld is. Zakgeld geeft kinderen en jongeren een beter begrip van financiën. En het leert hen ook om financieel zelfredzaam te worden”, vervolgt prof. dr. Kristof De Witte. “Bovendien gaat het om kleine bedragen, waardoor je fouten kunt permitteren. Als 10-jarige al je zakgeld impulsief aan snoep uitgeven, om dan te beseffen dat het weer maanden duurt om te sparen? Dat is een les die je beter op die leeftijd leert dan op je 21e. Hoe vroeger je de ruimte geeft om te experimenteren (en fouten toe te laten), hoe beter dus.”

“Behalve zakgeld zijn er uiteraard ook andere manieren om kinderen bewust te maken van de waarde van geld. Praten over je inkomen, bijvoorbeeld. Of kinderen betrekken bij een aankoop door samen prijzen te vergelijken. Of hen leren omgaan met een betaalkaart. Een vakantiejob doen…”, besluit hij. “Als je op zoek bent naar inspiratie, dan is eufin.org (enkel in het Engels) een goede startplaats. Dit is een Europees project rond financiële educatie. Je vindt er best practices en meer achtergrond bij het thema.”