spaargeld-beleggingen-belastingaangifte.jpg

juni 2021

Spaargeld en beleggingen: aangeven in uw belastingaangifte?

Normaal gezien zat hij weer in uw brievenbus of kreeg u een melding in uw mailbox: het jaarlijkse aangifteformulier voor uw personenbelasting. Wat moet u precies in die honderden vakjes over uw spaargeld en/of beleggingen aangeven?

Spaargeld en belastingen

U betaalt belastingen (roerende voorheffing) op de opbrengst van een spaarboekje. Dat tarief bedraagt 30% op de opbrengst. De bank houdt die roerende voorheffing in voordat de interesten op uw spaarrekening gestort worden.

Echter: interesten die u ontvangt op een gereglementeerde spaarrekening zijn vrijgesteld van die belasting. De meeste spaarrekeningen in België zijn gereglementeerd, zodat wellicht ook u op een of meerdere rekeningen van die vrijstelling geniet.

Let wel: de vrijstelling is beperkt. In 2020 was er een vrijstelling tot 990 euro per persoon (980 euro in 2021). Bent u gehuwd of wettelijk samenwonend, en staat de rekening op beide namen? Dan bedraagt de vrijstelling 1.980 euro (1.960 euro in 2021).

De bank is verplicht om een roerende voorheffing van 15% in te houden op de interesten boven dat grensbedrag. Dit is eenmalige belasting die u niet meer hoeft te vermelden in uw belastingbrief.

Als u meer dan één gereglementeerde spaarrekening heeft, kan het zijn dat u dit tóch moet aangeven. Dat is het geval als de som van de interesten boven de drempel van 990 euro (voor inkomsten in 2020) per persoon uitkomt en de respectieve banken de roerende voorheffing niet hebben ingehouden (omdat de afzonderlijke rekeningen onder de drempel vielen). Hou er daarbij ook rekening mee dat interesten die uw kinderen (-18) ontvangen ook meetellen. Het bedrag dat hoger is, moet u zelf vermelden op de aangifte bij de codes 1151 of 2151.

Vergeet evenmin de opbrengsten van uw eventuele buitenlandse spaarrekeningen na te kijken en zo nodig aan te geven. Dankzij internationale uitwisseling heeft de Belgische belastingdienst zicht op spaarrekeningen die u in het buitenland heeft.

Als u een buitenlandse rekening heeft, moet u:

  • deze aangeven bij het Centraal aanspreekpunt van de Nationale Bank van België, en
  • deze elk jaar vermelden in uw belastingaangifte (in vak XIII, rubriek A).

Beleggingsproducten en belastingen

Wie belegt betaalt hierop belastingen. Voor elke aankoop of verkoop van een beleggingsproduct op de beurs betaalt u een beurstaks (ook wel TOB genoemd - taks op beursverrichtingen). Het laagste tarief bedraagt 0,12% (met een plafond tot 1.300 euro), het hoogste tarief 1,32% (met een maximum van 4.000 euro). De hoogte hangt onder meer af van het soort belegging. De taks voor obligaties is bijvoorbeeld anders dan voor aandelen. Op wikifin.be vindt u een overzicht van de 3 tarieven en de beleggingsproducten die erbij horen. De bank houdt de beurstaks in, u hoeft die niet aan te geven in uw belastingbrief.

Naast deze beurstaks is het ook mogelijk dat u roerende voorheffing (30%) moet betalen op inkomsten uit die beleggingen. Dat is het geval als een coupon uitgekeerd wordt (bij obligaties) of als u dividenden ontvangt (bij aandelen). Voor sommige producten zoals beleggingsfondsen is het ook mogelijk dat u roerende voorheffing moet betalen. De bank houdt in principe de roerende voorheffing in, u hoeft meestal niets aan te geven in uw belastingbrief (zie uitzonderingen verderop).

Op de eigenlijke winsten van beursgenoteerde aandelen en obligaties hoeft u geen meerwaardebelasting te betalen, u kan eventuele verliezen echter ook niet aftrekken van uw belastingen. Voor een aantal beleggingsfondsen is er wel een belasting op de meerwaarde, onder meer beleggingsfondsen die uit minstens 10% obligaties bestaan. De bank houdt de taks in, u hoeft dus ook hier niets aan te geven in uw belastingbrief.

Heeft uw effectenrekening een waarde van meer dan 1 miljoen euro? Dan geldt er in de meeste gevallen een jaarlijkse effectentaks van 0,15%. Dit bedrag wordt door de bank zelf ingehouden.

In de meeste gevallen hoeft u de inkomsten van uw beleggingen dus niet aan te geven in uw personenbelasting. Er zijn echter wel uitzonderingen:

  • Buitenlandse inkomsten uit uw beleggingen (bijvoorbeeld coupons en dividenden) die niet onderworpen werden aan de Belgische roerende voorheffing. Deze worden belast aan een tarief van 30%. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als u een beleggingsrekening in het buitenland heeft. Het bedrag dat u moet aangeven is het brutobedrag van de ontvangen inkomsten, verminderd met de buitenlandse bronbelasting. U dient dit te vermelden in de codes 1444 / 2444.
  • Bij sommige buitenlandse beleggingsfondsen zijn de coupons of dividenden die ze krijgen niet onderworpen aan de Belgische roerende voorheffing. Dat betekent echter niet dat u hier vrijstelling voor krijgt. Specifiek gaat het om buitenlandse Gemeenschappelijke Beleggingsfondsen (GBF of FCP - Fonds Commun de Placement). Om te weten of uw beleggingsfondsen hieronder vallen, kijkt u best de prospectus na of vraagt u inlichtingen aan uw bank. U dient dit aan te geven in de codes 1444 / 2444.

Dit artikel vormt geen juridisch of fiscaal advies en mag niet worden ingeroepen als zodanig. Het is raadzaam om u voldoende te informeren, gepaste diensten of experts ter zake te raadplegen.